Standpunt Methaanemissie 

Nevedi heeft in 2008 het convenant Schone en Zuinige Agrosectoren ondertekend. In dit convenant tussen de overheid en de agrosector zijn afspraken gemaakt over het verlagen van de uitstoot van broeikasgassen.

Nevedi richt zich binnen dit convenant onder andere op de uitstoot van methaangas. De dierlijke keten, met name de melkveehouderij, is immers verantwoordelijk voor een relatief groot deel van de uitstoot van methaangas. Nevedi bekijkt de mogelijkheden voor onderzoek naar de vermindering van de methaanuitstoot. Op dit moment is er geen bruikbare methode om deze uitstoot te meten en de sector verwacht niet dat die er binnen enkele jaren zal zijn. Om toch concrete stappen te kunnen maken lijken rekenmodellen de beste oplossing.

Actueel

Nevedi bespreekt met het ministerie van LNV de invulling van een onderzoeksproject voor de vermindering van de methaanuitstoot. De belangrijkste doelstellingen van dit project zijn:

1.      Verbeteren efficiency

2.      Verbeteren onderbouwing basisprincipes

3.      Ontwikkelen van een indicator voor methaanvorming

4.      Verbeteren rantsoen

De inhoudelijke experts uit de achterban van Nevedi adviseren Nevedi om deel te nemen aan onderdelen van het project. Het belangrijkste onderdeel is de ontwikkeling van een praktisch rekenmodel voor de uitstoot door runderen. Voor dit onderdeel is gedurende vier jaar €750.000 per jaar aan cofinanciering nodig. Dat zou opgebracht moeten worden door Nevedi, LTO en NZO.

 

Mening Nevedi

Nevedi ziet het onderzoek als een zinvolle bijdrage aan de vermindering van de methaanuitstoot. Het belangrijkste aandachtspunt binnen het project is voor Nevedi het realiseren van randvoorwaarden voor de reductie. Nevedi wil dat deze voorwaarden binnen twee jaar gerealiseerd zijn, zodat de resultaten van het onderzoek snel bruikbaar zijn voor bedrijven.

 

Een eerste randvoorwaarde is het uitkiezen van een model om de emissie te berekenen. Er zijn veel rekenmodellen, die op onderdelen gevalideerd zijn en op andere onderdelen niet. Nevedi vindt dat er voldoende informatie is om op korte termijn één van deze modellen uit te kiezen en van toepassing te verklaren voor de Nederlandse situatie. Dat model zal niet compleet zijn en moet dus in de komende jaren verder worden aangevuld. Belangrijke uitgangspunten voor een model zijn voor Nevedi dat rekening wordt gehouden met de totale levenscyclus van melkvee, met pensfermentatie en met het gebruik van additieven. Daarnaast moet een model zoveel mogelijk van toepassing zijn voor alle herkauwers. De tweede randvoorwaarde is het aanwijzen van een certificerende instantie, die ketens, producten of individuele veehouders kan certificeren.

 

Nevedi vindt het essentieel om ketenpartners en de overheid bij het project te betrekken. Daarnaast is het belangrijk om de verdere ontwikkeling van modellen en berekeningsmethoden te stimuleren. Nevedi ziet geen rol voor zichzelf in de implementatie van de resultaten. Dat is een taak voor het bedrijfsleven.

 

Actie

Nevedi neemt deel aan het innovatieprogramma methaanemissiereductie in de landbouw. Een onderzoeksvoorstel wordt op korte termijn afgerond in samenwerking met ketenpartijen en de overheid. Daarbij wordt aangesloten bij bestaande kennis en onderzoeksresultaten. De focus van Nevedi ligt op de realisatie van de randvoorwaarden; het uitkiezen van een rekenmodel en het instellen van een certificerende instantie.

 

Ter financiering van het methaanonderzoek heeft de Nederlandse overheid cofinanciering beschikbaar gesteld. Het gedeelte dat Nevedi, samen met de ketenpartijen LTO en NZO moet financieren bedraagt drie miljoen euro. Nevedi heeft gesteld dat een bijdrage van één miljoen euro niet op te brengen is uit de normale contributieopbrengsten van Nevedi en tegelijk niet logisch is omdat het de gehele diervoederindustrie aangaat. Om die reden is voorgesteld om het aandeel van de diervoederindustrie via AVO-budget te laten plaatsvinden. Het bestuur van het PDV heeft hier mee ingestemd. Vanuit het Ministerie van LNV is bevestigd dat die wijze van financieringsconstructie mogelijk is.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met David de Glint 010-2430301.