Campagne lokt studenten naar studie voeding landbouwhuisdieren 28/01/209
De Nederlandse diervoedersector start een campagne om studenten te werven voor de studie diervoeding, in het bijzonder de studie voeding van landbouwhuisdieren. Voor de campagne is een speciale stichting opgericht, die onder leiding staat van Piet van der Aar. Brancheorganisatie Nevedi voert het secretariaat.
De campagne zal bestaan uit een aantal structurele voorlichtingsactiviteiten, zoals folders en gastcolleges van oud-studenten die in de diervoederindustrie werken. De campagne gaat studenten ook studiebeurzen en stages in diervoederbedrijven aanbieden.
Aan de agrarische hogescholen en de Wageningse universiteit kiezen steeds minder studenten voor diervoeding, althans voor de studie voeding van landbouwhuisdieren. Als studenten al diervoeding willen gaan studeren, kiezen ze eerder voor de voeding van paarden en gezelschapsdieren dan voor veevoeding. Hierin wil de diervoedersector verandering brengen en daarom richt de campagne zich in eerste instantie op studenten van de genoemde instellingen.
De initiatiefnemers vrezen dat Nederland zijn internationaal vooraanstaande rol op het gebied van diervoedingskennis kwijtraakt, als het aantal studenten blijft teruglopen. Piet van der Aar: “Nederland is internationaal toonaangevend op het gebied van grondstoffenexpertise, voederwaardering en diervoedingsonderzoek. Nederlandse diervoederbedrijven zijn mede op basis hiervan succesvol in binnen- en buitenland. Maar het aantal studenten dat kiest voor een dergelijke studie is te laag, gezien de vraag van de industrie naar afgestudeerden. Dat vormt een bedreiging.”
De initiatiefnemers zijn ervan overtuigd dat meer studenten voor een studie voeding van landbouwhuisdieren zullen kiezen, als ze beter op de hoogte zouden zijn van de perspectieven. Er is vooral vraag naar afgestudeerden gespecialiseerd in de voeding van varkens en/of pluimvee. Van der Aar: “Diervoeding is een leuke studie met goede vooruitzichten op een interessante baan bij bedrijven die vaak internationaal actief zijn.”