“Door de toename van het aantal genetisch gemodificeerde gewassen zul je op den duur het verschil tussen GG en niet-GG niet meer kunnen ontdekken. Je kunt nu aan de hand van de DNA-sequenties gemakkelijk aantonen of iets een GG-gewas is of niet. De sequenties zijn nog goed te overzien. Maar in de toekomst wordt dat door het grote aanbod steeds moeilijker.”
Dit verwacht Raoul Bino (algemeen directeur Plant Sciences Group van WUR). Hij was een van de inleiders tijdens de jaarvergadering van Nevedi, op 6 november, in evenementenlocatie DeFrabrique in Utrecht, de voormalige mengvoederfabriek van UTD. “GGO is serious business. Het gaat over leven”, aldus Bino. “In 2050 zijn er negen miljard mensen op aarde. Die hebben ruimte en voedsel nodig en moeten toegang hebben tot water, natuur en grondstoffen.” De wereldgraanproductie zal met de bevolkingsgroei geen gelijke tred kunnen houden, verwacht hij. Dat komt onder andere doordat in grote delen van de wereld voedsel minder goed is te produceren door klimatologische beperkingen, droogte, extreem natte omstandigheden en verzilting.
Broodnodig
“GGO is daarom broodnodig. Het is noodzakelijk voor de verhoging van de opbrengst, voor de biobrandstoffenproductie, om planten aan te passen aan moeilijke groeiomstandigheden en om ze weerbaarder te maken tegen ziekten en plagen. GGO is nodig om sneller resultaat te boeken in de veredeling. Het is bovendien goedkoper dan de klassieke veredelingsmethode”, stelt Bino.
Als voorbeeld van wat met GGO kan, noemde hij Golden Rice, een rijst die een extra hoeveelheid vitamine A bevat en die daardoor in ontwikkelingslanden kan bijdragen aan de verlaging van kindsterfte, (nacht)blindheid en mazelen. Maatschappelijke groeperingen verzetten zich echter tegen de introductie van de teelt, omdat het een GG-gewas is. “Onethisch dat zoiets wordt tegengehouden”, aldus Bino.
Onontkoombaar
Bino: “GGO is onvermijdelijk. We moeten opnieuw met het publiek de discussie voeren en de voor- en nadelen aangeven. Het is essentieel dat industrie en overheid voorlichting geven over GGO. Je zult de dialoog moeten aangaan.”
Hij kreeg bijval van Ad Hectors, voorzitter van Nevedi. Die pleitte in zijn bijdrage voor een open, op wetenschappelijke inzichten gebaseerde discussie over GGO. Hectors signaleert bij woordvoerders van maatschappelijke groeperingen een gebrekkige kennis over de diervoedersector en het gebruik van diervoedergrondstoffen. “Bij de discussie over de houtkap in Latijns-Amerika worden beweringen gedaan over de toepassing van soja die niet met de werkelijkheid overheen komen. Er is nog veel werk te doen”, constateert hij.
Wereldwijd is het GGO-areaal inmiddels gegroeid tot 130 miljoen hectare.
Raoul Bino: “Europa begint zo langzamerhand een uitzondering te worden in de wereld. U als bedrijfsleven zult geen GGO-vrije soja meer krijgen als u niet het driedubbele wilt betalen.” De komende jaren zullen alleen al van soja tientallen nieuwe GG-rassen worden geïntroduceerd.
Biomassa
“De politiek is bang over het onderwerp te struikelen”, aldus Paul Hamm, voorzitter van het Platform Groene Grondstoffen, ging in zijn bijdrage vooral in op de waarde van biomassa. “Biomassa is hét antwoord op de energiecrisis”, stelt hij. In de visie van Hamm is ook minerale olie biomassa, fossiele (versteende) biomassa wel te verstaan. “De molecuul in minerale olie is dezelfde als die in de biomassa van nu”, stelt hij.
“Fout biomassa bestaat niet, er worden alleen foute keuzes gemaakt”, zo hield hij zijn toehoorders voor. Hamm benadrukte dat bij de verwerking van biomassa niet naar één verwerkingsdoel gekeken moeten worden, maar dat gelet moet worden op de toepassingsmogelijkheden (fuel, feed, fine chemicals, energie) van de verschillende componenten. “Het gaat om én… én…én…”
Hij ging met name in op de mogelijkheden die algen als biomassa bieden. “Door bemesting van dode plekken in de Oceaan kun je algengroei aanmoedigen en dus CO2-binden. Bovendien kan er zich zo een visstand ontwikkelen.” Hamm was zelf enkele decennia geleden een van de eersten in ons land die experimenteerden met algenkweek in mestbassins. “Algen zijn zeer proteïnerijk. Je kunt zo heel veel droge stof en biomassa creëren. En dat kun je in het diervoeder stoppen.”
Europese akkerbouw
Ook Nevedi-directeur Henk Flipsen roerde het onderwerp GGO aan in zijn bijdrage. “De diervoederbranche ziet zich geconfronteerd met de Europese nultolerantie van niet toegelaten GGO’s en met ongelijke toelatingsprocedures van GGO’s in belangrijke delen van de wereld. Dat creëert handelsongelijkheid en zorgt voor allerlei complicaties bij de grondstoffeninkoop”, aldus Flipsen. Een probleem is volgens hem dat de Europese akkerbouw zich gereserveerd opstelt tegenover GGO’s. “Dat zet een rem op de toelating.” Tevens ziet Flipsen een blijvende politieke angst en terughoudendheid bij de herintroductie van dierlijke eiwit. “Het zou een welkome aanvulling zijn op een krimpend palet aan diervoedergrondstoffen.”
v.l.n.r: Henk Flipsen, Raoul Bino, Paul Hamm en Ad Hectors