Nevedi zet in op duurzaamheid 26/03/2008

Aldus Henk Flipsen, de directeur van Nevedi. Flipsen is de opsteller van het Beleidsplan 2008-2012. Leidraad hiervan is ‘Schakel(en) in de voedselketen’.

“We zoeken consequent de dialoog, kijken naar wat er in de maatschappij gebeurt en anticiperen daarop”, aldus Flipsen. Consequentie van die koers is dat er onlangs - naast een beleidscoördinator arbeid - een beleidscoördinator duurzaamheid is aangetrokken.

Duurzame sojateelt
Flipsen: “Nevedi zit namens de diervoederindustrie in de Nederlandse Taskforce Soja die zich tot taak heeft gesteld de duurzame productie van soja in Latijns-Amerika te bevorderen. Wij voeren – samen met het Productschap Margarine, Vetten en Oliën - het secretariaat van de Taskforce. Nevedi heeft in 2006 mede het initiatief genomen voor de oprichting. Dat geeft al aan hoe belangrijk we het vinden. Duurzaamheid is een van onze speerpunten.”

Nevedi is ook een van de initiatiefnemers van de Round Table on Responsible Soy (RTRS), het wereldwijde platform voor duurzame sojateelt. De RTRS (www.taskforceduurzamesoja.nl) formuleert momenteel algemene certificeringscriteria, waaraan duurzame productie in de toekomst moet gaan voldoen. Flipsen: “De criteria staan sinds eind maart op de site van de RTRS. Iedereen kan erop reageren en commentaar geven. Eind van dit jaar worden de definitieve certificeringscriteria vastgesteld.”

Energiebesparing
Een van de uitwerkingspunten van het Beleidsplan is energiebesparing. Flipsen: “Hier kan de diervoederindustrie nóg efficiënter worden. Binnenkort komen we met concrete voorstellen om de aandacht voor energiegebruik bij de productie van diervoeder te versterken. Er komt een energiebewustwordingsprogramma. Om de CO2-uitstoot terug te dringen start Nevedi een project om alle vrachtwagens van de diervoederbedrijven van een roetfilter te voorzien. Definitieve besluiten over de precieze aanpak worden binnenkort genomen.”

Met het oog op de duurzaamheid zoeken de diervoederbedrijven ook naar mogelijkheden om de mineralenefficiency van het voer verder te verbeteren. Nevedi is hierover in gesprek met LTO Nederland.

Gemedicineerd diervoeder
Flipsen: “We zoeken ook naar mogelijkheden om de productie en het gebruik van gemedicineerd diervoeder te verminderen. Dit met het oog op voedselveiligheid en rekening houdend met dierwelzijn. We zijn hierover in overleg met andere partijen zoals de dierenartsen en de veehouders.”

Dierlijk eiwit
Een onderwerp dat Nevedi ook bezighoudt, is de toepassing van dierlijk eiwit als grondstof voor diervoeder. Dierlijk eiwit is een waardevolle voedingsstof, maar toepassing is verboden.

Flipsen: “Dierlijke eiwitten of beter gezegd PAP’s (Processed Animal Proteins) zijn in risicocategorieën ingedeeld. Categorie 3 is zonder risico voor de volksgezondheid te verwerken, maar de consument moet het wel willen. Het categorie 3-eiwit is eigenlijk een bijproduct van de vleesverwerking door de voedingsmiddelenindustrie. Het zijn de randjes vet en afsnijdsel van de carbonaatjes die je gewoon koopt in de supermarkt. Thuis bak en braad je het in de pan. Maar voor dieren mag je het niet gebruiken. Voor de Europese politiek is dierlijk eiwit geen sexy onderwerp.”

Overigens neemt de belangstelling voor herintroductie van dierlijk eiwit in de politiek toe, omdat dit dierlijk eiwit een goed alternatief kan zijn voor plantaardig eiwit uit bijvoorbeeld soja. “Dit geldt zeker voor Nederland waar minister Verburg zich voorstander heeft getoond van herintroductie van dierlijk eiwit.”

GMO
Het ‘Leitmotiv’ voor Nevedi is: wat is maatschappelijk verantwoord en wat vindt de samenleving verantwoord? Het speelt onder andere bij de discussies rondom de invoer van diervoedergrondstoffen van genetisch gemodificeerde oorsprong (GMO).

Flipsen: “Wij willen over de invoer van GMO’s graag een debat op Europees niveau. Nu is er een nultolerantie voor producten die in Europa niet zijn toegelaten, maar in bijvoorbeeld de VS wel. De nultolerantie zorgt voor onwerkbare situaties. Vermenging met een restje van een andere partij diervoedergrondstof via zeeschepen is bijna niet te voorkomen. Wat wij willen, is de instelling van een drempelwaarde. Het beste zou zijn als de toetsings- en toelatingsprocedures voor dit soort gewassen in Europa gelijk lopen met die in andere landen die ook speler zijn op de wereldmarkt. Nu dreigt Europa zich binnen afzienbare tijd te isoleren van de grondstoffenwereldmarkt met enorme gevolgen voor het prijsniveau van voedingsmiddelen. De beschikbaarheid van voedingsmiddelen wordt daarbij nog buiten beschouwing gelaten, maar kan binnen enkele jaren zeker een rol gaan spelen. De wereldbevolking (en dus de wereldvoedselvraag) neemt toe. In het verleden is vaker gebleken, dat zelfvoorziening tot op zekere hoogte gewenst is.”



  Terug